
Je koopt die ene mooi lamp, maar eens thuis begint de ellende: de oude fitting moet los en de nieuwe weer aangesloten. Troost je: je bent lang niet de enige die ermee worstelt. In dit artikel maken we voorgoed komaf met nodeloze fittingstress. We vertellen je alles over het losmaken, openen en aansluiten van fittings en doen de verschillende types uit de doeken. Tot slot waarschuwen we je voor de meest voorkomende fouten. Zodat jij ze nooit meer maakt.
Dit heb je nodig
Het juiste materiaal is al de helft van het werk. Leg dit klaar nog vóór je begint:
- Spanningtester: om te controleren of de stroom is uitgeschakeld
- Striptang: om de elektriciteitsdraden veilig af te knippen
- Schroevendraaier: plat- of kruiskop, afhankelijk van de schroefjes op de fitting
- Wago klemmen: om de draden veilig met elkaar te verbinden
- Lamp(en) of spot(s)
- De juiste fitting(en) voor je lamp

Hoe maak je een fitting los?
Stap 1: stroom uitschakelen
Veiligheid voorop! Maak je werkgebied spanningsvrij door de hoofdschakelaar of zekering af te zetten. Dubbelcheck met een spanningtester of multimeter.
Stap 2: lamp verwijderen
Draai de lamp of spot uit de fitting.
Stap 3: draden verwijderen
Draai de schroefjes van de klemmen los of druk op de klemmen om de draden te ontgrendelen.
Hoe sluit je een fitting aan?
Stap 1: stroom uitschakelen
Veiligheid voorop! Maak je werkgebied spanningsvrij door de hoofdschakelaar of zekering af te zetten. Dubbelcheck met een spanningtester of multimeter.
Stap 2: draden strippen
Knip met een striptang de uiteinden van de draden tot ongeveer 1 cm.
Stap 3: draden aansluiten
Sluit de bruine draad (fase) en de blauwe draad (nul) aan op de fitting. Als er een geel-groene draad (aarding) is, sluit deze dan ook aan op de juiste klem.
Stap 4: testen
Schakel de stroom weer aan en test de lamp.
GU10-fitting: openen en aansluiten
De plastic behuizing van een GU10-fitting (230V) beschermt de draden en contacten, zorgt voor veilige isolatie en houdt de lamp stevig op zijn plek. Soms open je die met een schroefje, in andere gevallen met een klik- en drukmechanisme (lipje indrukken). Eens open is de aansluiting eenvoudig:
Stap 1: stroom uitschakelen
Veiligheid voorop! Maak je werkgebied spanningsvrij door de hoofdschakelaar of zekering af te zetten. Dubbelcheck met een spanningtester of multimeter.
Stap 2: draden strippen
Strip de bruine en blauwe 230V-draden met een striptang.
Stap 3: draden aansluiten
Druk de klemmen op de fitting in en steek de draden in de openingen. Zorg dat ze goed vastzitten en niet kunnen losschieten.
Stap 4: testen
Schakel de stroom weer aan en test de lamp.
Welke fitting is geschikt voor buitenverlichting?
Kies voor buitenlampen altijd voor een fitting met een hoge IP-waarde (Ingress Protection). Hoe groter die waarde, hoe beter de fitting beschermd is tegen stof en vocht. De minimumwaarde voor buiten is IP44. Op plekken die direct blootgesteld zijn aan regen (bv. tegen je gevel) ga je best naar IP65 of hoger.
Tip: gebruik niet alleen robuuste fittings, maar voorzie ook waterdichte aftakdozen voor al je verbindingen.

Veelgemaakte fouten
Fittingen bezorgen niet enkel jou spannende momenten. Veel mensen maken weleens een foutje. Wij lijsten de meest voorkomende voor je op. Zo omzeil jij ze bij jouw project en ben je zeker van een correcte en veilige installatie.
Fout 1: de stroom niet uitschakelen
Het is met voorsprong de gevaarlijkste fout. Zet de stroom af bij de zekeringkast voordat je start met de bedrading. Gebruik een spanningtester om zeker te zijn. Brandt er nog ergens een lampje in huis? Dan is de stroom niet overal uit.
Fout 2: klemmen niet indrukken
Bij klemmen met een drukmechanisme mag je de draden niet zomaar lostrekken. Dit kan zowel de klem als de draden beschadigen. Druk eerst de klem in en haal daarna de draad uit de opening.
Fout 3: verkeerde IP-waarde
Voor verlichting in vochtige ruimtes en buiten is een voldoende hoge IP-waarde cruciaal. IP44 is het absolute minimum. Hangt je lamp op een regengevoelige plaats? Ga dan voor IP65 of meer. Een binnenlamp buiten installeren is al zeker geen optie. Vocht kan leiden tot kortsluiting, schade en gevaarlijke situaties.
Fout 4: draden verkeerd knippen
Om een veilige verbinding te creëren, knip je de draden op de juiste lengte af. Strip je te kort, dan is er onvoldoende contact in de klem en krijg je slechte verlichting of zelfs kortsluiting. Datzelfde risico loop je bij te ver afgeknipte draden, omdat dan een stukje koper bloot komt te liggen buiten de klem. De ideale lengte is zo’n 10 mm. Dan zit de draad perfect vast in de klem.
Fout 5: draden niet (goed) vastzetten
Of het nu gaat om klemmen of schroeven: let erop dat alle draden goed vastzitten. Een losse draad kan de verbinding onderbreken en vonken veroorzaken.
Tip: trek na het aansluiten zachtjes aan elke draad om te controleren.
Meer weten?
Heb je vragen over de aansluiting of ontkoppeling van fittings? Of hulp nodig bij het maken van de je juiste keuze? Neem dan contact op via 011 98 84 42 of stuur een e-mail naar [email protected]. Wij helpen je graag verder.

Geef hieronder een reactie
Log in of maak een account aan om een reactie te geven.